VOOR: Ouders, pleegouders, adoptie-ouders van kinderen en (jong)volwassenen met een diagnose binnen het FASD spectrum (incl. comorbide diagnostiek als ADHD, ASS, CD, ODD, hechtingsproblematiek etc.). Tevens cliëntondersteuning aan volwassenen met FASD.

OOK VOOR: Professionals in onderwijs, zorg en hulpverlening, indicatiestelling, toegang WMO en WLZ en cliëntondersteuning. Studenten Psychologie, Pedagogiek en Sociaal Werk.

(Voor algemene psychosociale therapie: zie menu)

BRUGGEN BOUWEN MIDDELS EDUCATIE, BEMIDDELING & ONDERSTEUNING:  Professionals binnen onderwijs, zorg en hulpverlening, gemeenten en andere instanties beschikken meestal niet over toereikende kennis en expertise op het gebied van FASD op zich, of als oorzakelijke verklaring voor eerder gegeven comorbide gedragsclassificaties bij cliënten en ontstane leer-, gedrags- en ontwikkelingsproblematiek. Hierdoor onstaat er vaak een situatie waarbij de leerling/cliënt of (jong)volwassene met FASD in iedere situatie wordt overschat en overvraagd, krijgt deze geen passende school- en/of hulptrajecten aangeboden, worden niet passende interventies en begeleiding ingezet en is het moeilijk om indicaties goed af te stemmen op de zorgvraag. Waardoor gedragsproblematiek vaak toeneemt en in de verdere levensloop secundaire problematiek kan ontstaan. Tevens blijken ontstane visieverschillen tussen professionals en (pleeg-/adoptie)ouders vaak te leiden tot communicatie break-down, handelingsverlegenheid bij professionals en extra stress en belasting bij het gezin en kind, doordat zij zich niet gehoord en begrepen voelen. Of zelfs worden aangesproken op ontwikkelingsproblematiek of onveilige situaties rondom het kind. Veel van deze secundaire problematiek kan worden voorkomen of beperkt door tijdige diagnostiek, educatie en aanpassing van verwachtingen uit de omgeving.

FASD is niet te genezen, maar er kan veel worden gedaan aan het voorkomen van verdere (secundaire) problematiek en het optimaliseren van ontwikkelingsmogelijkheden en toekomstprognose. Door een zo vroeg mogelijke diagnose; educatie van gezin en professionele omgeving; bijstellen van onrealistische verwachtingen vanuit de omgeving. En door het opzetten van een ‘external brain’ netwerk (familie, school en zorg/hulpverlening) rondom het kind of de (jong)volwassene, dat nauw samenwerkt en maatwerk-interventies inzet wanneer nodig. Daarbij kan het inzetten van een FASD informed familiegroepsplan, waar professionals en instanties hun eigen plannen op moeten afstemmen (Jeugdwet artikel 1.1) een ondersteunend instrument zijn. Afhankelijk van de individuele situatie en individuele problematiek per ontwikkelingsfase, maar altijd vanuit FASD als overkoepelende permanente neurologische factor.