Alcoholgebruik tijdens de zwangerschap is een van de belangrijkste oorzaken van geboortedefecten, intellectuele beperkingen, groei- en ontwikkelingsachterstanden, leerproblematiek en gedragsproblematiek. Als een vrouw alcohol gebruikt tijdens de zwangerschap, gaat dit ongefilterd via de placenta en het bloed van de moeder naar de foetus, waar het schade kan aanrichten aan alle zich ontwikkelende cellen en organen. Met name het centraal zenuwstelsel is gedurende de gehele zwangerschap gevoelig voor de schadelijke gevolgen van alcohol, ook bij kleine hoeveelheden. Dit kan gevolgen hebben m.b.t. gedrag, cognitie, geheugen, sociaal emotionele ontwikkeling en zelfstandig functioneren, tot in de volwassenheid aan toe.

Wetenschappers hebben tot nu toe geen veilige ondergrens kunnen aangeven waaronder men er zeker van kan zijn dat er geen schadelijke effecten op kunnen treden. Ook kleine hoeveelheden alcohol kunnen schadelijke neurologische en lichamelijke effecten hebben op het zich ontwikkelende kind. Geen alcohol drinken voor en tijdens de zwangerschap is dan ook de enige manier om er zeker van te zijn dat een kind niet geboren wordt met FASD.

glass of wine

FASD staat voor Fetal Alcohol Spectrum Disorder, en is de internationaal gehanteerde benaming voor een spectrum waarvan FAS (Foetaal Alcohol Syndroom), ARND (Alcohol Related Neurodevelopmental Disorder), ARBD (Alcohol Related Birth Defects) en pFAS (partial FAS) deel uitmaken. Het verschil in terminologie zegt niet zozeer iets over de ernst of aard van de beschadiging, maar een diagnose ‘volledig’ FAS kan alleen worden gegeven als er sprake is van gezichtskenmerken en 100% zekerheid over drankgebruik tijdens de zwangerschap, naast het vaststellen van neurologische schade en ontwikkelingsachterstanden. De gezichtskenmerken komen echter slechts bij een minderheid van mensen binnen het FASD spectrum voor, en geven alleen aan dat er alcohol is gebruikt gedurende de korte periode binnen de zwangerschap waarbij de structuur van het aangezicht van de baby wordt gevormd. De mate van beschadiging aan het centraal zenuwstelsel, en de gevolgen ervan met betrekking tot gedrag, cognitie, emotieregulatie, sensorische problematiek en functioneren staan hier los van.

FASD komt vaker voor dan de meeste ouders en professionals beseffen; de internationale wetenschappelijke cijfers van prevalentie van FASD liggen bijvoorbeeld hoger dan die van autisme (voor wetenschappelijke informatie hierover, zie CanFASD: The Prevalence of Fetal Alcohol Spectrum Disorder). Bij adoptie- en pleegkinderen en populaties binnen detentie liggen die cijfers nog veel hoger. Vaak komen deze kinderen uit gezinnen met multiproblematiek en worden geplaatst in adoptie- , pleeggezinnen of gezinshuizen. Maar ook hoogopgeleide jonge vrouwen vormen een risicogroep; ruim de helft van alle zwangerschappen is namelijk ongepland, zodat een vrouw in dat geval pas stopt met het drinken van alcohol op het moment dat ze beseft dat ze zwanger is.

Vaak krijgen kinderen met FASD eerst beschrijvende gedragsclassificaties als ADHD, autisme/ASS, hechtingsproblematiek, ODD etc. Hier is vaak een heel traject aan voorafgegaan met een moeilijke start als baby en peuter (microcefalie, huilbaby, licht geboortegewicht, groeiachterstanden, sensorische en motorische problematiek, problemen met slaapregulatie en eten/drinken, spraak/taalproblematiek). Wanneer daar tijdens de kindertijd leer- en gedragsproblematiek bij komt kijken, en meestal door ouders zelf wordt aangegeven dat men vermoed dat er meer aan de hand is dan ADHD, ASS, hechtingsproblematiek etc of een combinatie daarvan, wordt daarna uiteindelijk de oorzakelijke diagnose binnen het FASD spectrum  vastgesteld. Soms pas in de volwassenheid. Doordat kennis van FASD in Nederland bij de meeste diagnostici en professionals binnen zorg, hulpverlening en onderwijs ontbreekt, blijven de meeste kinderen echter (lang) ongediagnosticeerd, waardoor er niet passende onderwijs- en zorgtrajecten worden ingezet, hetgeen een negatieve invloed heeft op de problematiek en toekomstprognose. Tevens heeft dit voor het gehele gezin een negatief effect, doordat de neurologische beschadiging over het hoofd wordt gezien en er visieverschillen en conflictsituaties ontstaan met school of zorg/hulpverlening over passend onderwijs en zorg voor hun kind. De meeste (pleeg/adoptie) ouders geven aan dat dit voor veel extra stress en problemen zorgt.

Ondersteuning, begeleiding en structurering vanuit de omgeving blijft voor vrijwel iedereen met FASD tot in de volwassenheid nodig, om zo optimaal en veilig mogelijk te kunnen functioneren.

Een zo vroeg mogelijke volledige diagnose, bijstellen van onrealistische verwachtingen vanuit de omgeving, het opzetten van een goed geïnformeerd en beschermend netwerk om de persoon met FASD heen, en het afstemmen van begeleiding, interventies, school-, woon- en werkomgeving, kan het ontstaan van secundaire FASD problematiek (zoals depressie, psychologische stoornissen, criminaliteit, verslaving etc.) voorkomen of verminderen. Om als ouders de regie in handen te houden in geval van mogelijk toekomstige niet passende school- of zorgtrajecten, diagnostiek en indicatiestellingen, is het aan te raden tijdig een familiegroepsplan op te stellen, gericht op de levensloop van het kind met FASD. Het familiegroepsplan is in de Jeugdwet verankert; bij evt. toekomstige onderwijsplannen, ontwikkelingsplannen en zorgplannen voor het kind, zijn school, gemeente, jeugdzorg en andere instanties wettelijk verplicht hun plannen af te stemmen op het familiegroepsplan. Ook educatie van familie en alle professionals om het kind heen draagt bij aan betere afstemming op en beperking van overvraging van het kind. Hetgeen uiteindelijk het toekomstperspectief van de persoon met FASD verbetert en onnodige extra opschaling van zorg en extra stress voor het hele gezin kan beperken.