Wanneer een kind vanaf de babytijd een ouder of verzorger om zich heen heeft waar het op kan vertrouwen; die beschikbaar is voor eten, troost en aandacht; die voorspelbaar is in gedrag en reacties; en waarbij het veilig is om emoties en gedachten mee te delen, kan het kind een basisvertrouwen ontwikkelen en een band leren opbouwen met anderen om hem heen. Vanuit de zekerheid dat de ouder/verzorger er voor hem is en altijd van hem zal houden, wat er ook gebeurt. We spreken dan over een veilige gehechtheid tussen het kind en de primaire verzorger(s).

Veel kinderen groeien echter op onder andere omstandigheden. Baby’s van verslaafde ouders, die door hun afhankelijkheid van verslavende middelen niet goed in staat zijn om zich op de behoeften van het kind te richten, kinderen van emotioneel onbeschikbare of onvoorspelbare ouders, ouders met psychiatrische problematiek of ouders die zelf te maken hebben met onverwerkt trauma uit hun eigen verleden: allemaal kunnen ze daardoor mogelijk minder zicht hebben op de behoeften van het kind of vanuit hun eigen trauma het kind beschadigen. Wanneer een baby of kind te maken krijgt met deze situaties, is er geen voorspelbaarheid, veiligheid en basisvertrouwen en wordt het moeilijker om te durven vertrouwen in anderen en relationele banden aan te gaan. Veel kinderen hebben dan niet de mogelijkheid zich veilig te hechten en nemen deze ervaringen mee in hun latere jeugd en volwassenheid.

In de (jong)volwassenheid kunnen de ervaringen en het gebrek aan veilige gehechtheid en basisvertrouwen in zichzelf en anderen nog lang doorwerken en de persoon op allerlei manieren in de weg zitten. Problemen met leren door overmatige stress en concentratieproblemen, problemen met het aangaan van vriendschappen en relaties doordat het lastig is anderen te vertrouwen en er soms snel achterdocht kan ontstaan, heftige stemmingswisselingen, depressie, het niet goed kunnen aangeven van eigen grenzen en behoeftes of juist over grenzen van zichzelf en anderen heen gaan, teveel schikken en aanpassen in sociale situaties op het werk en in relaties, het gevoel hebben te overleven i.p.v. te leven, het gevoel hebben niet goed genoeg te zijn, of niet gezien en gewaardeerd te zijn, of minderwaardig te zijn. Dit kan zorgen voor problemen in relaties, school en werk.

Soms zijn mensen zich niet altijd bewust van de link tussen hun verleden en de problemen die ze in het heden ervaren. Psychosociale therapie kan helpen om inzicht te krijgen in deze verbanden, het wijzigen van patronen die in het heden als problematisch worden ervaren, en toe te werken naar een andere manier van denken, voelen en reageren wanneer oude gevoelens weer opspelen.

Hoe hechtingspatronen uit de kindertijd en het heden verbonden zijn